Sport

Een Iniesta van het leven

08-04-2013 22:00

Niet lang nadat het overlijdensbericht van Jan Koster wereldkundig werd, kwamen op Twitter uit onverwachte hoek de eerste condoleances al binnen. De eerste was die van Jeroen Wester, een oud-collega van mij van Het Financieele Dagblad. Hij schreef in een tweet. ‘Voor een soepel polsgewricht.’

Jeroen Wester was een van de Groningse studenten die bij Jan in sportcafé Havenzicht in Groningen ooit dronken is geworden, en kende twee decennia na zijn afstuderen nog steeds het kroegmotto: ‘Havenzicht voor een soepel polsgewricht.’

Wester was niet de enige die reageerde op de dood van Jan Koster.

Legendarische spelverdeler

Merijn Goris, student en speler van de Groningse voetbalclub Gronitas, stuurde het volgende: ‘Gecondoleerd. Ik kende hem wel.´Daarna volgden snel nog tientallen berichten van medeleven.

Sportjournalist Peter Homan schreef: ‘Hoorde net dat een jeugdheld is overleden; oud-volleyballer en oud-Assenaar.’ Joop Alberda, winnende volleybalcoach van het Olympisch team uit 1996. ‘Jan Koster: legendarische spelverdeler (volleybal) overleden.’

Niek van der Oordt, een oude fan van Koster, memoreerde: ‘Het was de tijd dat de topploegen met angst en beven naar sporthal De Timp in Assen kwamen. Een gekkenhuis met 1500 fans.’  Zelfs een oud-correspondent van het NOS Journaal in Washington, Eelco Bosch van Rosenthal, stuurde mij een opbeurend mailtje.

Hoewel de NOS-journalist nooit in Havenzicht was geweest, kende hij Jan van zijn ontmoetingen op straat bij de Lage der AA., het rustieke wijkje rondom Havenzicht. ‘Leek me goed volk.’ 

Goed volk was het zeker. Mart Smeets sliep geregeld in het logeerbed boven de kroeg wanneer hij weer eens te lang was blijven plakken in Groningen.

Goede bron

Jan Koster is dood. Mijn oom was wereldberoemd in Groningen en omstreken, en op de achtergrond invloedrijker dan je zou verwachten, zoals u merkt.

Oom Jan was niet alleen kroegbaas, en volleyballer, hij was ook een goede bron. Het meest recente Jan Koster nieuwtje dat landelijk voor enige opschudding zorgde was een verhaal dat hij me deze zomer in het oor fluisterde, vlak voordat ik een interview had met Diederik Samsom voor weekblad Nieuwe Revu.

Golfbaan

Op een golfbaan – waar anders- was Jan oud-hoogleraar theoretische natuurkunde Marinus Winnink tegengekomen. De man was tegen Jan leeggelopen over de arrogantie van PvdA leider Diederik Samsom. Winnink, zelf een PVDA-er, vertelde dat hij naar een partijbijeenkomst in Stadsknaal was geweest en daar tegen Samsom had geklaagd over de nutteloosheid van windenergie. Windenergiepropagandist Samsom had zijn kritische partijgenoot echter op hooghartige toon toegesproken en was zelfs weggelopen, toen Winnink bleef doorvragen.

Jan vond dat maar wat leuk, merkte ik. Toen ik hem vertelde dat ik Samsom binnenkort zou spreken, gaf hij me het nummer van de professorale natuurkundige. ‘Ik ben benieuwd wat hij zegt als je vertelt hoe hij Winnink behandelde.’

Moralist

Jan Koster was observator van menselijke tragedies, net zoals zijn moeder – mijn oma – daar een fijn oog voor had. De waarheid diende gezegd te worden zonder rancune of verbittering. In zekere zin is Jan daarmee altijd de calvinist gebleven die hij niet meer wilde zijn. Het geloof had hij afgezworen, maar op een vrolijke en innemende manier schuilde in hem toch nog een moralist.

Vele uren heb ik met hem doorgebracht boven het schaakbord in Frankrijk boven vele potjes bier, vele uren hebben we hellingen afgedaald in skioorden en vele uren hebben we keihard gelachen om dikdoenerig gedoe van de mensen om ons heen. Vrouwen met aardappels in de keel, mannen met chokers om de nek. Diederik Samsom achtige betweters.

Nonvaleurs

Daar had Jan een hekel aan, de opgeblazen types, de nonvaleurs en de aanstellers.

Hij stond erbij en keek naar het schouwspel, en schonk er nog eentje in, eentje voor jou, en eentje voor zichzelf. En zo heb ik de laatste dagen aan hem gedacht. Als een milde meevoelende man die er beste van probeerde te
maken met de mensen om zich heen. Meer een humanist dan een activist, of om in coachtermen te spreken, meer type Guus Hiddink dan een scherpslijper als Louis van Van Gaal.

Killer

Als volleyballer was hij ook al geen meedogenloze killer, maar een man die met een soepel polsgewricht anderen liet scoren. Olympisch volleyballer Piet Swieter, met wie hij jaren bij Oranje Nassau speelde, roemt Jan vanwege zijn weergaloze set-ups  en schijnbewegingen. ‘Ik wist precies wat ik aan hem had’, herrinnert hij zijn volleybalvriend.

Dát besef –  om een betrouwbare aangever te zijn, een Ienesta van het leven te zijn – was voor Jan genoeg: een potje volleybal met vrienden, daar deed hij het voor. En het feit dat er daarna iets te vieren viel. ‘Ja’, zegt Swieter, ‘misschien had Jan wel iets te veel talent.’

Stamtafel

Het ging hem soms iets te makkelijk af’, zegt Swieter met gevoel voor understatement. ‘Ten eerste omdat hij goed kon sporten, dat geeft je een maatschappelijk voordeel, en twee omdat hij ook nog mee kon doen aan de stamtafel. Als je kan drinken én kan sporten, dan ben je een hele grote!´

Ja, Jan kon op een jaloersmakende manier van het leven genieten. Ogenschijnlijk zorgeloos.

Cabrio

Mijn broer Niels, met wie ik de de laatste dagen veel over Jan heb gesproken, vertelde me een schitterende anekdote. Jan kwam een keer bij ons thuis in Zeegse en showde trots zijn Peugeot 504 Cabrio. Dat hij een uur later even buiten het dorp stilstond met de snelle bolide, kon je hem niet kwalijk nemen. Daar lachten we om. Zo was Jan. Beetje bluf, maar vooral altijd goede zin.

Niels en ik deden hem graag na als we ons verheugden op een ontmoeting met hem. Dan keken we elkaar aan, en doken we een beetje in onze schouders en zeiden we: ‘Hé, jongens, gezellig. hè.’

Laissez-faire

Ook in zijn werkzame bestaan was hij op een prettige manier laissez-faire. Als je miljonair wilt worden, moet je keihard werken en je personeel uitbenen. Daar had hij beiden geen zin in. Hij was tevreden met wat hij had, en had vooral geen zin in nodeloze conflicten.

Ik weet nog wel dat wij bij ons thuis altijd een wedstrijd deden wie het eerste in de stoel mocht duiken als hij weg was. Jan had de gewoonte om los geld in zijn broek – vaak een heerlijk afgetrapte joggingbroek met bouwvakkersdecolleté – mee te voeren.

Mooie vrouwen

Geld en status interesseerde hem niet. Hij had geen zin om zich naar boven te ellebogen. Daar was hij domweg te aardig voor, te relativerend en teveel gesteld op gezelschap, het liefst ook van mooie vrouwen.

De laatste jaren was dat Liesje, waarmee hij zo ongeveer de langste lat-relatie uit de geschiedenis heeft gehad. En tevens wereldrecordrecordhouder campervakantie vieren is.

Vriend

En toch was hij geen allemansvriend, wat oppervlakkige buitenstaanders zouden kunnen denken als je dit leest. Hij hechtte aan zijn vrijheid, dat zeker, maar wist precies wat anderen deden. Verjaardagen en familiebijeenkomsten vergat hij nooit, sterker nog: hij sprak met iedereen en onthield wat je zei om een set-up te kunnen geven voor een volgend gesprek, waarin jij kon scoren.

Zo iemand is geen allemansvriend, onthou dat goed, beste mensen.

Zo iemand is een echte vriend. Laten we dat onthouden en niet vergeten.

Jan Koster was een echte vriend.

Jan Koster was onze vriend.